Er zijn twee typen managers, de herders en de imkers.

De herders vertellen de schapen wat zij moeten doen. 
De schapen luisteren en volgen.
Zo nu en dan stuurt de herder een hond op de kudde af.
De hond blaft en brengt de kudde bijeen.
De herder roept zijn schapen aan het einde van de dag terug. 

De imker zorgt alleen voor de kast.
Hij laat de bijen hun eigen gang gaan.
Zij weten wat zij moeten doen. 
Er is geen hond die hen afleidt, geen staf die hen hoedt.
Alleen de plaats van de kast is belangrijk.
Die moet op de juiste afstand van de bloemen staan.
De imker verzamelt op de juiste tijd de kostbare honing.

Wij trainen herders tot imkers en coachen de bijen.